COLUMN

Op deze plaats is op onregelmatige tijden een column te lezen over een muzikaal onderwerp. Dat kan over de piano, pianisten of pianoles gaan, maar ook over andere onderwerpen in het vakgebied muziek.

16 januari 2011

Cultuur en gedoogsteun

Het zal niemand ontgaan zijn, dat het nieuwe kabinet grof wil bezuinigen op cultuur. Meer dan evenredig zou er worden gesneden in de sector die kennelijk niet “nuttig” is. Oorspronkelijk zouden de omroeporkesten, van hoge kwaliteit en met een lange staat van dienst, worden opgeheven, inclusief Groot Omroepkoor en de bibliotheek van de omroep.

Als cultureel geïnteresseerd en werkzaam burger vraag je je af wat daarvoor de argumenten zijn. Het regeerakkoord schept niet zo veel duidelijkheid. Ik lees daar in de paragraaf “Onderwijs”, waarin de cultuur is ondergebracht:

"Cultuur
De overheid schept condities op het gebied van kunst en cultuur die de kwaliteit verhogen en de toegankelijkheid waarborgen. Uitgangspunt is dat in alle regio’s een hoogwaardig cultureel aanbod blijft bestaan. Het kabinet wil meer ruimte geven aan de samenleving en het particulier initiatief en de overheidsbemoeienis beperken. Kunst en cultuur zijn tenslotte ook van en voor de samenleving. Bij verstrekking van subsidies wordt voortaan eerst gekeken naar de mogelijkheden eigen inkomsten te verwerven. Er komt meer aandacht voor de verdiencapaciteit van cultuur."
Tot zover het citaat uit het regeerakkoord.

Het begint mooi: condities scheppen en het laten voortbestaan van van hoogwaardig cultureel aanbod. Het venijn komt daarna: de markt, maar dan in verhullende termen als “particulier initiatief” en “eigen inkomsten verwerven”. Nu is met dit laatste op zich niets mis: geldstromen behoeven niet uitsluitend van de overheid te komen. Niet duidelijk is echter, hoe dit als argument kan dienen om met de botte bijl op het orkestbestel in te hakken. Het strijdt ook regelrecht met het uitgangspunt: hoogwaardig cultureel aanbod laten blijven bestaan. En met toegankelijkheid waarborgen heeft het al helemaal niets te maken.

Een soort van argumenten is wel te beluisteren vanuit kringen van de PVV. Termen als ‘linkse hobby’ en ‘iets voor de elite’ zijn dan regelmatig te beluisteren. Dat cultuur een linkse hobby zou zijn lijkt me niet juist, maar dat apelleert lekker aan de afkeer van ‘links’. Cultuur is er voor iedereen en staat m.i. in rechtse kringen in minstens zo hoog aanzien als in linkse kringen. Voor klassieke muziek geldt dit in ieder geval, waarbij ik herinner aan de opmerking die ooit in linkse PvdA-kringen te beluisteren was: “Klassieke muziek is voor ouwe lullen”. Heeft dit dan weer iets met links te maken? Ik denk meer, dat het de arrogantie van een deel van de babyboomers was, dat schijnbaar denkt dat muziek in de jaren 60 is uitgevonden.

Is kunst en cultuur iets voor de elite? Waarom zou dat zo zijn? Zou het zo zijn, dat je tot de elite behoort als je gegrepen wordt door bepaalde aspecten van de cultuur? Behoren al die mensen, die lessen volgen aan instituten voor kunstzinnige vorming en amateurkunst tot de elite? Aan deze instituten geven mensen les met een gedegen kunstzinnige opleiding, die vaak weer banden hebben met de professionele praktijk. Nadenken over bezuinigingen betekent ook nadenken over de samenhang tussen de cultulrele praktijk en de diverse vormen van kunstzinnig onderwijs.

Gelukkig is het kabinet intussen op de onbegrijpelijke plannen met de omroeporkesten terug gekomen. Onder druk van de protesten? Ik zou het niet durven zeggen. Het lijkt me wel goed dat dit gebeurd is en dat het ondoordacht snijden in de cultuur ons bespaard is gebleven. Intussen blijkt dat de soep van dit kabinet niet zo heet wordt gegeten als dat ze gedoogsteund wordt.

9 maart 2008

De Mattheus van Jan Roth

Het was een buitengewoon ambitieus project waaraan Jan Rot een aantal jaren geleden begon: de ijzersterke Nederlandse Mattheus Passion-traditie openbreken. Nadat Felix Mendelssohn-Bartholdy in het midden van de 19-e eeuw de belangstelling voor de passionen van Bach hielp herleven, ontstond ook in Nederland de traditie om jaarlijks de Mattheus Passion van J.S. Bach uit te voeren. Wie denkt niet bij Naarden aan de Mattheus van de Nederlandse Bachvereniging? Natuurlijk voerde men uit respect voor Bach's grandioze werk de Mattheus Passion en later ook de Johannes Passion altijd in de oorspronkelijke vorm uit: in het Duits. Wie zou aan deze traditie durven tornen door de muziek van Bach te voorzien van een Nederlandse tekst? Het zou een poging zijn die bij voorbaat vrijwel kansloos was. Jan Rot durfde het aan en zag bovendien kans zijn versie te laten uitvoeren en opnemen op CD. Een prestatie van formaat.

Daarmee is natuurlijk niet alles gezegd. Zo'n onderneming voert langs een aantal klippen die Jan Rot in mijn visie niet volledig heeft weten te omzeilen. De belangrijkste vraag is: hoe kan men de muziek van Bach, die elke noot toesneed op de voorhanden zijnde tekst, voorzien van een tekst die even naadloos past op de muziek als oorspronkelijk de muziek op de tekst? Men moet welhaast van hetzelfde kaliber als de oude meester zijn om daarin te slagen..

Op zondag 2 maart jl was ik in de gelegenheid om een uitvoering van de Mattheus Passion in de versie van Jan Rot mee te maken. De uitvoering vond plaats in de Dr Anton Philipszaal in Den Haag. De uitvoerenden waren het Residentie Bachkoor en -orkest o.l.v Jos Vermunt met als solisten o.a. Marcel Beekman als verteller. Meer gegevens zijn nog te vinden op de site van de Anton Philipszaal.

Het effect van de Nederlandse teksten is heel duidelijk; het lijdensverhaal komt dichterbij en pakt je door de soms zeer bevlogen teksten van Jan Rot sterker aan dan in een traditionele uitvoering. Daar staat tegenover dat zijn hertaling in mijn gevoel niet consequent van stijl is en dat hij met zijn herschrijving van het verhaal uit het Mattheus Evangelie de oorspronkelijk versie stilistisch geweld heeft aangedaan. Bach was trouw aan de oorspronkelijke tekst van het Mattheus-evangelie, zij het in de Duitse vertaling, en vulde dit aan met teksten uit zijn tijd. Al die eigentijdse teksten waren bij hem gegroepeerd rond een oude tekst, voor velen een heilige tekst en voor anderen dan toch wereldliteratuur. Die opzet is bij Jan Rot verloren gegaan: alle muziek is voorzien van zijn teksten.

Opvallend bij het beluisteren van deze uitvoering vond ik het effect, dat de aandacht minder bij de muziek is en meer naar de tekst wordt getrokken. Is dat winst? Het is maar hoe je het bekijkt. In eerste instantie werpt dit een verrassend nieuw licht op de Mattheus Passion. Ik vraag me echter af wat er van over blijft als de verrassing er af is. Petje af voor de sterk op het verhaal betrokken teksten van Jan Rot, met daarin soms prachtige vondsten. Het zal ook nieuwe luisteraars hebben geconfronteerd met het lijdensverhaal en met de muziek van Bach. Daar staat tegenover, dat sommige van zijn taalkundige vondsten m.i. hun doel voorbij schoten en iets te nadrukkelijk op een vorm van humor leken.

Ik ben bang dat de bezwaren tegen het resultaat op den duur zwaarder gaan wegen. Intussen hoor ik al mensen zeggen: laat hij met zijn fikken van zo'n werk afblijven! Dat lijkt me voor vader Bach een beetje te veel bezorgdheid, want zijn werk overleeft hoe dan ook wel. Zou hij van boven dit schouwspel gadeslaan? Wat zou hij denken? Misschien heeft hij al zo veel met zijn passionen meegemaakt dat hij denkt: dat kan er ook nog wel bij.

Tenslotte moet ik natuurljk ook iets over de uitvoering zeggen. Ik kan kort zijn: een prachtig uitgevoerde Mattheus Passion met een formidabel koor en een mooi orkest. Enigszins verwend met uitvoeringen op oude instrumenten door specialisten begon ik al luisterend wel te verlangen naar een iets dynamischer orkest met een meer barokke klank. Maar misschien past dat laatste ook weer niet bij deze versie van de Mattheus Passion. Heel goede solisten ook, van wie Marcel Beekman als verteller bijzonder mooi was.